Proeven

Hoe proef je nou precies?

Het proeven en beoordelen van een wijn doe je aan de hand van drie elementen.

Uiterlijk
Allereerst wordt het uiterlijk van de wijn beoordeeld, hierbij kan je gebruik maken van een wit vel papier zodat je de kleur beter kan beoordelen.

Geur
Na het uiterlijk is de geur aan de beurt. Om goed te kunnen ruiken is het aan te raden eerst aan de wijn te ruiken, dan de wijn te walsen in je glas en vervolgens nogmaals te ruiken. Door het walsen komt er zuurstof bij de wijn en komt de geur beter tot zijn recht. Zo kan je het verschil ook goed ervaren en merk je wat de zuurstof met je wijn doet. (Lukt het walsen nog niet uit de losse pols, draai dan simpelweg het voetje van je glas op tafel rond, dat voorkomt ongelukken en lastige vlekken.) Houd bij het ruiken de bovenkant van het glas tegen de bovenkant van je neus zodat je niet aan het glas ruikt maar ook daadwerkelijk de geuren van de wijn in je neus krijgt.

Smaak
En dan het echte proeven! Neem een slok wijn in je mond en laat deze rollend door je hele mond gaan. Vervolgens ‘slurp’ je er lucht bij, slik je de wijn door of spuug je deze uit en smak je een beetje. Op deze manier kan je de meeste smaken uit de wijn halen. Op de achterkant van de proefkaart staan de meest voorkomende smaken en geuren beschreven. Veel typische smaken en geuren zijn kenmerken voor bepaalde wijnen, zo kan je uiteindelijk leren om op basis van je bevindingen te bepalen waar de wijn vandaan komt of van welke druif deze is gemaakt. In de omschrijvingen van de wijnen in het pakket zijn de geur- en smaakkenmerken ook vermeld, als je wil kan je toetsen in of je eigen bevindingen overeenkomen. Je kan ervoor kiezen om je smaak na het proeven van de wijn weer te neutraliseren met een stukje brood.