Chili

In de 16e eeuw waren het de Spanjaarden die de wijnstokken mee namen naar Chili. En in 1555 had Chili haar eerste oogstjaar. In eerste instantie werd de wijn gebruikt voor religieuze doeleinden maar omdat de druivenstokken het zo goed deden bleef de aanwas van wijngaarden toenemen. Toen in de 19e eeuw de druifluis vele wijnstokken in Europa verwoestte heeft Chili zelfs een hele tijd al wijn geëxporteerd naar Europa. Door de geisoleerde ligging van de wijngaarden zijn de druivenstokken in Chili veilig gebleven voor deze luis en in de 19e eeuw was er al 60.000 HA aan wijnstokken aangeplant.

Na een dip in de 20e eeuw in de export door het verkopen van kwalitatief  mindere wijnen is Chili nu een grote en goede speler op de markt. Deze mindere wijnen waren in eerste instantie bedoeld voor afzet in eigen land waarbij de ruwe en oxidatieve wijnen wel gretig aftrek vonden. Door een daling in de verkoop in eigen land is de Chileense markt zich meer gaan richten op export en de kwaliteit die daarbij nodig is om mee te doen op de internationale markt.

Het klimaat draagt zeker bij de kwaliteit van de wijnen. Doordat het land tussen de Andes in het oosten en de Stille Oceaan in het westen ligt geeft de oceaan een verkoelend effect. Chili heeft lange droge en warme zomers met veel zonlicht, maar voldoende neerslag en smeltwater uit de Andes. Deze omstandigheden zijn ideaal voor de druiven. De moderne technieken voor irrigatie die op grote schaal worden toegepast dragen ook bij aan de goede kwaliteit van de druiven. Tegenwoordig heeft Chili dan ook meer dan 100.000 Ha aan wijnbouwgrond. Argentinië is het grootste wijnland van Zuid Amerika maar Chili is zeker toonaangevend op het gebied van kwaliteit en technologie